dinsdag 28 februari 2017

Last exit


26 feb : van Camdeboo NP naar Oviston, Lakeview B&B – 441 km

 


Ik tel 7 km kaarsrechte baan, dan een flauwe bocht om weer 8 km rechtdoor golvend naar de einder te rijden die weer een andere eindeloosheid openbaart. Zoveel maal hetzelfde ritueel van kilometers die in tijd versmelten. Gelukkig zijn het wegen zonder potholes en zonder tegenliggers, in het midden rijden helpt nog het meest.  Verlaten straten als je al een dorp of stadje passeert, enkel in de afrikaner buitenwijken lopen mensen heen en weer. 't is duidelijk zondag.

Enkel de bergen wisselen van vorm, aardige afwisseling in deze monotonie. Wie dacht dat Monument Valley een amerikaans privilege is, vergist zich: de zuidafrikaanse Grote Karoo heeft er ook eentje – kegelvormige bergmastodonten die uit het landschap opdoemen – enkel zonder Navajo’s in de buurt zoals in Amerika, geen levende ziel zelfs. Enkel platgereden kadavers van vos-achtigen, stinkdieren en wezels. Als er al eens een auto passeert, hebben ze nog wel prijs zeker.

Aangezien we veel te vroeg ter bestemming zijn in Oviston, nemen we de tijd om een lus te maken rond het grote meer van de Gariep Dam. Afstanden inschatten op een kaart van Zuid Afrika is altijd kinky en voor we het beseffen, zijn we voor een goede 140 km onderweg. De Gariep Dam is dan ook het grootste water reservoir van het land met een oppervlakte van 374 vierkante kilometer.  8 km kaarsrecht, flauwe bocht, 6 km rechtdoor, kilometers vreten. We zitten bijna aan 5000 km op de teller, linksrijdende zondags automobilist. En eindbestemming Johannesburg is nog 3 dagen ver.


 

27 feb : van Ovinston naar Golden Gate National Park – 564 km

 


We kruipen noordwaarts richting eindstation Johannesburg via de grens met Lesotho, zwart koninkrijkje temidden Zuid Afrika. Murray, onze gastheer van gisteravond (lookalike van Maurice Rock Werchter voor de intimi) gaf ons een scenic route om tot Golden Gate NP te geraken, noordelijke Drakensbergen, niet zover van het hobbit kamp waar we 2 weken geleden verbleven (Didima, Cathedral Peak)

Langs de grenslijn veel politiecontrole, ook hier hebben ze blijkbaar last van vluchtelingen, groepjes zwarten langs de weg met gans hebben en houden op zoek naar een (financieel) betere toekomst. Als je weet dat (dixit Murray) de zuidafrikaanse regering elk kind een kinderbijslag van R 300/maand (€ 20) garandeert tot hun 18e, begin je te begrijen waarom er hier zoveel hangjongeren zijn of waarom er duidelijk zo weinig gewerkt wordt, of zou het ook ten dele de hoge criminaliteit verklaren in de steden, reden waarom wij ze zo veel mogelijk hebben vermeden ? Apartheid anno 2017: de kloof blank/zwart is onoverkomelijk diep.

Het beste spaar je voor het laatst, mama said. Al scheelt het niet veel of mijn booking voor de laatste 2 nachten in een rondavel in Basotho Cultural Villagae in Golden Gate National Park lijkt op een sisser af te lopen: zoals zovele malen voordien dat je voor een gesloten poort staat (luid toeteren of gsm nr bellen) om iemand tevoorschijn te toveren vanachter geprikkeldrade omheiningen – maar hier, alles potdicht, een levende ziel, tot de wanhoop nabij er ergens iemand “hallo” roept.

Basotho Cultural Village, een nagebouwd logieskampin de traditie van de “kraal-nederzettingen” = omheinde familie rondavels (ronde hutten). Onze geburen voor vanavond zijn een canadees koppel die hier hun laatste dag beleven – net als wij- maar wel 5000 km afgefietst hebben doorheen Kenya, Uganda, Rwanda, Tanzania, Malawi, Zambia, Zimbabwe, Botswana, Namibie, South Africa. Check http://www.crazyguyonabike.com/doc/shifthappensafrica

Onze andere grote gebuur voor de laatste nachten zuid afrika: een 360° felle sterrenhemel, krekelsounds, hyena’s en silence – ik had een bandrecorder nodig-

Golden Gate to knowledge
 


28 feb Last exit
Overmorgen terug naar huis, we genieten van ontwaken met antilopen en gnoes voor de deur, doen nog een 3tal hikes in de canyons en observeren de gieren die een kadaver opsmullen, een jakhals komt hen helpen @ Vultures Restaurant. Tijd om in te pakken, morgen naar Johannesburg, donderdag thuis. Meer foto's volgen op Facebook https://www.facebook.com/johan.vanmoorhem
 




 

 

zaterdag 25 februari 2017

Desolation Angels


24 feb : van Mount Zebra Nat.Park naar Camdeboo Nat.Park (Graaff-Reinet) – 192 km

 

Op de muziek van Melanie Di Biassio’s Blackened Cities nemen we een zijweg van de N9 richting Nieu Bethesda, een kleine koloniale nederzetting temidden het desolate Compass gebergte. Het is niet de eerste keer dat de gepaste soundscape accordeert met het feitelijke landschap. Misterieuze klankenvormen in een mistieke bijna bijbelse omgeving. Alsof je op weg bent naar het einde van de wereld. En ergens is het ook zo – je vraagt je voortdurend af wat in godsnaam de vroege pioniers bezielden om over de ruige bergpassen van een maanlandschap heen een dorp te stichten vér weg van enige bemoeienis.

In de 21e eeuw is het tot een pleisterplaats geworden van artistieke zielen, beeldhouwers en keramisten vooral, begeesterd door hun grote voorganger die het dorp beroemd maakte: Miss Helen Martin, een excentrieke beeldhouwster wiens huis “Owl House” een must-to-see is. Niet alleen omdat de geest van de –in 1976 gezelfmoorde- artieste nog rondspookt, maar omdat je gegarandeerd van het lam gods geslagen wordt bij het ronddwalen in haar beeldgeworden fantasiëen. In haar eindjaren was ze fanatiek op zoek naar de betekenis van licht en reflexie, spelend met glas, spiegels en kleuren om naast haar woonkamers ook haar tuin te vullen met tientallen wonderlijke schepsels, versteende getuigen van dwalende zoekers. Salvator Dali zou wis en zeker in haar zijn tweede Gala hebben herkend.

Onze eindbestemming voor deze dagen is het Camdeboo National Park rond nog zo’n historische stad Graaf Reinet, en meer bepaald de Valley of Desolation. We kunnen niet verder wegkruipen dan hier in het landschap van de verlatenheid.

Welke soundtrack gaan we hierbij draaien ? Vanop het verhoogde vogelobservatie platform aan de rand van het Nqweba meer beleven we de tijd van valavond met passerende elanden, springbokken, vogels en in de verte een voorbijtrekkend onweer mét klank en lichtspel tot de lucht rood kleurt, vuurrood zoals het gemoed van hartverwarmende passie. En dan besef je: het loont hier te zijn om die zonsondergang in je geest gebrandmerkt te weten.
 



 
 
25 feb : Camdeboo National Park – Valley of Desolation
 
7 u en geen wolkje aan de lucht, de zon al op full speed. Na de rituele game drive waarvan het merendeel voorbehouden is aan 4x4, weinig dieren te zien (zou het voor hen ook weekend of te warm zijn en daardoor in de bushes te schuilen?) rijden we richting Graaff-Reinet, clean witgekalkte koloniale huizen met veranda, antiekshops én coffeehouses mét large expresso capuccino aan € 1,5 versgemalen koffiebonen, een heerlijke zonde na alle Nescafé nonsens van de voorbije dagen, weken. De blanke Afrikaner lusten er ook pap van op hun weekendochtend. De zwarte Afrikaner zie je hier niet, té trendy, té toeristisch of té duur ? Zij hokken massaal bij goedkope supermarktjes en liquor stores (alcohol wordt hier apart in drankshops verkocht en NIET op zondag) of ze zitten/leunen in de schaduw, starend naar de blankeman. Hun townships omzwermen de steden, heel herkenbaar aan de afgemeten rechthoekige blokkendozen kriskas neergepoot langs stoffige wegen. Naar belgische normen een medium tuinhuis groot, deurtje in het midden en links-rechts kleine raampjes om de hitte buiten te houden. Vaak al gecementeerdemuren, nog vaker golfplaten daken, armoe troef, veelkindgezinswoningen. Koterijen. In België zou je van schending van de mensenrechten aangeklaagd worden.
Terug de natuur in, overweldigend groots ook al is het hier woestijn vergetatie, dor en toch, door de recente regens weer die nkenfragiele bloempjespracht en survivalflora, vlinders, hagedissen en ah eindelijk een puffed adder opgeschrikt door onze voetstappen op de trail. Hoog boven de rotsen zweven black eagles, termiek zoekend.
The Valley of Desolation, het doet me denken aan de roman die Jack Kerouac schreef als brandwacht vanuit een berghut hoog in de Northen Cascades (Noord Amerika op de grens met Canada) “Desolation Angels” – een aanrader voor wie van de reflexerende mens houdt.       Je staat op de top van een berg met 360° panorama in zinderende lucht met golvend gebergte allround. Time for contemplation. Dit is zo Zen, zo Ohm Padmi Um. Op deze plaats zou ik een paraglider willen zijn, jumpen van de grillig rotsige zuilen, termiek zoekenden landen way out there – diep beneden op aarde.
Voorlopig zijn we reiziger in ons klein heelal, straks weer thuis in het dal.



 
 

vrijdag 24 februari 2017

De Grote Leegte


21 feb : van Port St. John naar Alice - 441 km

 

Het is moeilijk afscheid nemen, mooie ervaringen willen worden gerekt, maar op een gegeven moment splitsen de wegen, wij gaan zuidwaarts. Terug de bergen over met nog steeds laagzwaar wolkendek en regenvlagen. Nog meer potholes, verkeersremmers, dieren en mensen op de weg, wegeniswerken, omleidingen langs verharde zandwegen waar nauwelijks plaats is voor 2 en waar de berm een steile afzink is.

Zover mogelijk rijden is de boodschap vandaag, niet leuk aan het eerder vertragend tempo van alle obstakels op en langs de weg. Maar na de kust ter hoogte van East London verbetert de weg landinwaarts richting Great Karoo. Dit is het dorre binnenland (1/3 van zuidafrika’s oppervlakte) met kaarsrechte wegen en vergezichten om U tegen te zeggen.

Tegen 5 pm begint de zoektocht naar overnachting en in een gebied met zo weinig dorpen of steden is dat één grote gok – halen we het voor de donker om 6 u ? Gelukkig wel in een klein stadje met 2 B&B’s + 1 chicken take away. Vettige frieten en dito chicken, ik begin te begrijpen waarom al die afrikaanse vrouwen zo’n gigantische bips hebben. Naar ’t schijnt is het een teken van welvaart, maar alle Kim Kardashians van de wereld zijn hier een lilliputter tegen.
 
 
22 feb: van Alice naar Mount Zebra National Park – 191 km
 Dankzij de tijdwinst van gisteren kunnen we het vanochtend rustigeraan doen. En er zi jn diverse stadjes onderweg waar craftshops, charity shops en dergelijke te ontdekken zijn.  LP’s waarachtig aan 5 Rand (= € 0,35) Sorry het is sterker dan mezelf – al is het meeste ofwel zwaar geschonden ofwel regelrechte pulp à la Heintje. Maar wat gedacht van een zuidafrikaans cd’je “Kalahari & Namahwa treffers” met  toppers als: Jaloersbokkie – Los die gedrinkerij – Loslappie – Sout manne sout – Stamp daai boude lam (Give me hope Joanna). Dat wordt nog lachen onderweg.
Trouwens, dat afrikaans begint te lukken als je iemand aanspreekt in het vlaams, antwoorden ze zeker terug (maar dat verstaan is weer een ander paar mouwen). Eén van de voertalen hier is het Xhosa met z’n typische klikklanken (check: the clicksong van Mirian Makeba) On-mogelijk-na-te-apen.
En dan eindelijk weer full time de natuur in, Mount Zebra National Park waar de kleine bergzebra van uitroeiing werd gered en nu een populatie van meer dan 200 telt, naast andere grootheden zoals neushoorn, cheetah, buffel, gemsbok, hyena…teveel om op te noemen. Maar  wat een verademing na de toch wel stresserende immer-aanwezigheid van beglurende en bedelende zit & hangzwarten die het vaak onbetrouwbaar maken je auto lang onbeheerd achter te laten. Overal op je quivive te moeten zijn, er zijn leukere dingen dan dat, bijvoorbeeld zoals vanmiddag weer volop dieren te spotten en te relaxen in de zon die ons na 3 dagen regen weer komt vergezellen.
 
 
 
 

23 feb : Mount Zebra National Park
Tijdens onze ochtendlijke game drive bedenk ik dat exact binnen een week we weer op vaderlandse bodem zullen neerstrijken. Geen zonnecrème meer als dagelijks ritueel, geen tshirt, korte broek of sandalen. Weerom leven met de klok, waar er hier meer op het ritme van de zonne-uren wordt geleefd – tegen de middag schuilen voor de hitte, ergens moet de siësta daarvoor zijn uitgevonden.
De Great Karoo opent zich in zinderende horizons, men noemt het de grote droogte, maar blijkbaar zit in de ondergrond massa’s water dat opgepompt  wordt met  typische  windmolens waar straatventers miniatuurtjes in gevlochten ijzerdraad van verpatsen. Dit wordt ons landschap van de laatste dagen, de grote prairie van zuid  afrika. Maar hoe dor alles ook lijkt, tijdens de hike vanmiddag in de rotsige heuvels ontdekken we massa’s minuskule bloempjes tussen de rotsen, fragiele schoonheden als gevolg van de voorbije regens.
Alles en allen passen zich aan de omstandigheden aan waarin ze leven, plant, dier en mens.
Ze waren ons al eerder in Pilanesberg en Kruger Nat.Park  opgevallen:  bomen vol dikke bollen die bij nader toezien geen voederbollen maar nesten bleken van geel of roodgepluimde vogeltjes, de weavers of wevertjes (moet de vlaamse naam eens opzoeken). Met honderden bevolken ze een kolonie of zwermen ze uit, schetterend, kwetterend dat het geen naam heeft. Vandaag bij de rand van een poel nemen we ruim de tijd om ornitoloogje te spelen en hun bedrijvigheid te observeren. Wat een architectonische bouwsels die ijverige heertjes bouwen, ongelooflijk. Tot het mannetje bij aflevering van het gebouw een vrouwtje uitnodigt naar zijn kasteeltje en zij bij afkeuring het hele bouwsel vernietigt en meneer zal herbeginnen tot vrouwtje het goedkeurt voor het nageslacht. Power to the women, ook in Afrika !
 



 
 
 

dinsdag 21 februari 2017

Slow slowly slowliest


19 feb: van Umzumbe naar Port St John (Lodge on the Beach) – 258 km – 6u

 


De weg naar het paradijs is geplaveid met potholes, verkeersdrempels, vee op de weg en nog meer mensen die kriskras ergens naartoe of vandaan gaan. Honderden taxibusjes daartussen die massaal honderden mensen oppikken. Zondag lijkt hier echt een dag dat mensen terug vertrekken naar de kleine stulpjes waarin ze tijdens de weken op de plantages wonen, of zich verplaatsen naar familie, kerk of voetbal – altijd welldressed.

Alleen, de naweëen van de cycloon brengt een golf van mistig grijze weemoedigheid die over het land daalt met ingesluierde regenvlagen. Wat een verschil met de subtropische luchtvochtigheid en zonnige hitte. En ondanks alles ondergaat de afrikaan dit gedwee, alsof het hem niets uitmaakt. Take things as they are.

Door de tropische storm kost het ons uiteindelijk 6 u om 250 km om tot Port St John te geraken in de Transkei, een weggedoken dorp aan de monding van de Umzimvubu rivier in de Indische Oceaan. Lodge on the Beach, in een uithoek op strand van Second Beach met 3 guestrooms mét uitzicht terras op de Oceaan, Kingfisher vogels in de bomen en een local restaurantje met heerlijke vis recht uit de oceaan, alles erop en eraan voor nog geen € 10 Hier enkel reizigers die ervoor gekozen hebben even ver weg alles achter te laten, wifi is not incluced, television is the oceanview.

Maar hoelang zal deze parel nog blijven bestaan ? Nu al zie je tekenen van verval of is het de nonchalantie van dagjesmensen om hun afval overal achter te laten. Tot straks hier de grote bouwpromotoren hun klauwen opzetten. “It’s now the time to buy some piece of land here” No way, daarvoor zijn we  hier niet, ik wil nog even van de rust genieten voor de big spenders hier de boel komen verzieken, er is goud gevonden en in no time is de boel verziekt.
 
 

 
20 febr : Second Beach, Port St John – Thelma and Louise
 
Als de tijd komt stil te staan, opent zich nieuwe perspektieven. Taking african time, er is een tijd voor alles. Niets hoeft omdat het voorgeschreven staat. De tijd vult jou in plaats van andersom.
Gepland, een ongeplande dag rust aan de beach, al hadden we het liever zonniger gezien – de dag vulde zich met zware wolken en mistslierten, als  een black and white dag.
Eigenlijk letterlijk: 3 blanke vrouwen en 1 man in een jeepachtig monster door de modder en de poelen van de zware regens op zoek naar de Sulphur holes of de landingsbaan (van de rich and famous) bovenop een rots buiten Port St John met 360° panorama. Op stap met de so-called Thelma en Louse, italiaanse zussen met zuid afrikaanse roots. Waar wegen mekaar kruisen is het heerlijk delen met gelijkgestemde zielen, eindigend in het caravan annex terras resto met rivierkreeft, hier geen toeristenbussen, puur local.
Als ruisend leven aan de ruisende oceaan.
 

 
 

 

 

zaterdag 18 februari 2017

Back to the Coast


17 feb: Cathedral Peak en Giant’s Castle (Drakensbergen) naar Umzumbe (Hibiscus Coast)                                                                                                                                                         422 km

Omdat de terugweg naar de kust volgens Big Brother GPS weerom een grote boog maakt via tolwegen naar grootstad Durban (de weg die we 2 dagen geleden al volgden) besluiten we een binnendoor te nemen die ons naar een meer zuidelijke topic van de Drakensbergen brengt: Giant’s Castle. Big Brother volgt ons bevel na de traditionele jammerklachten “turn back over 100 m” en stuurt ons binnen de kortste tijd naar een gravel road bergop die aanvankelijk nog ’n flinke gaspedaal verdraagt, maar stilaan einde beschaving leidt – zelfs geen 1 afrikaan in mijlen ver te bespeuren. Het landschap daarentegen is fascinerend genoeg en doet denken aan de Hoge Venen XXXL maar dan met eucalyptus wouden. Maar de putten in de weg (potholes) zijn nu eerder “assholes” geworden en ons Renaultje Stepways gaat inderdaad over naar stapvoets. Nog 30 km geeft Big Brother aan op ’n pestigerig toontje om te zeggen “had je me maar gevolgd, je was er al geweest”

Door het slakkegangetje blijft er bij aankomst in Giant’s Castle geen tijd meer voor een hike, ook hier weer veel trails die je naar grotten met rotsschilderingen van de SAN Bushpeople leiden, en blijft ons bezoek beperkt tot zo’n beetje sightseeing zoals japanners het in België doen: Brugge, Brussel en Antwerpen op 1 dag.

Wij moeten nog naar de kust, zo’n goede 300 km ver. Ok, de N3 tolweg dan maar  à 120 km/uur tot er zich een 3 baans verkeersinfarct voordoet met een file als gevolg voor het volgend uur. Feels like Belgium.

Onderweg kregen we al een voorproef van wat er op zondag voor de kustregio voorspeld is:  zeer zware regen met windstoten die niet normaal zijn, nazaten van de trpische typhoon die in noorderlijk gelegen Mozambique gisteren 7 doden naliet. En voor zondag hebben we net een kamer geboekt bij Port St.John, pal op het strand “Lodge on the beach” – ik duim voor een stevige constructie.


 
 
 
18 feb: Rond Port Shepstone & Port Edward
Een dagje aan de Hibiscus Coast zoals ze  hier genoemd wordt, surfparadijs met hoge golfslagende Indische Oceaan, die de weelderig groene kuststrook benevelt. We trekken naar Umtamvuna Nature Reserve langs de gelijknamige rivier, een woeste canyon met hoge kliffen, jungle en een hoogplateau waarlangs een trail is uitgezet van ca 8 km met klimmen en dalen. Een gebied vooral gekend om zijn 34 soorten orchideëen (niet het goede seizoen) en meer dan 700 soorten bloemen.
Nu moet je weten dat de meeste plannetjes die je in de Nature Reserves krijgt, aan de rudimentaire kant zijn en altijd een ruime marge laat voor eigen interpretatie. Wat in ons geval leidt tot de halverwege vraagstelling of we wel goed bezig zijn: op het hoogplateau is het kokend heet en zelfs in de schaduw van de jungle hangt een klammige vochtigheidsgraad die het zweet uit al je poriën drijft en je energie naar een loomheidsgraad brengt dat over je eigen voeten struikelen meer gewoonte wordt dan uitzondering.
Maar de aanhouder wint,  zelfs al duurt het iets langer dan normaal.
Origi Gorge dan maar in de namiddag, eigenlijk gewoon een andere canyon waar je doorrijdt, en uitzichtpunten heeft die we niet vonden. Geen tijd om langer te zoeken, de weg terugvinden naar onze B&B kamer bij een jong frans/blankafrikaans koppel, verscholen in de heuvels rond Pumula/Umzumbe is al een huzarenstukje op zich (gisteren is de eigenares ons moeten komen gidsen vanaf de plaatselijke superette – we bleven maar rondjes rijden)
Maar thuiskomen – al kunnen we dat voor 2 nachten wel zo noemen – is altijd heerlijk, met een verkoelende douche, een vegetarisch dinner dat voor ons klaargemaakt wordt en de leuke babbel met Scott en Lucie die na rond de globe touren hier hun stek hebben gevonden. Mensen die hun dromen proberen in te vullen, je vind ze overal.
 




 
 

 

vrijdag 17 februari 2017

14 - 16 feb Drakensbergen


14 feb : van Mkuze Game Reserve naar Isimangaliso Wetland Park – 209 km


Tussenstop op weg naar de Drakensbergen, zuid afrika’s hoogste bergketen met pieken boven 3000 m, waar we een dagje willen gaan hiken. De dagen van verplicht in de auto blijven omwille van de wilde dieren zijn nu even achter de rug. Al moet ik zeggen dat we er ons als “dapperste aller Galliërs” op momenten niets van aangetrokken hebben. Niet om de held uit te hangen, maar om simpel menselijke behoeftes. Want wie houdt het in godsnaam vol om te wachten tot het volgend beschut kamp dat misschien meer dan een uur rijden is (aan 40 km/uur) Enkel die ene keer dat ik wou uitstappen om nieuwe voorraad fris water uit de aukoffer te halen, was ik blij mijn impuls niet gevolgd te hebben wegens een groepje leeuwen in de bosjes op nog geen 10m.

Programma voor een rustdag als vandaag: ontbijt met impala’s op het terras, slakkengangetje langs de verlaten pistes in Mkuze Game Reserve, waar we één van de bitter weinige overnachters waren, een groep van 8 giraffen observeren  met dartelende kleintjes (nou toch al op basketballers-lengte hoog) en de randen afdweilen van het grote Isimangaliso Wetland (World Heritage Site)  om vogels te spotten, XXXLLL soort Zwin maar dan met iets gevaarlijker beesten zoals krokodillen.

Bij de beesten af: St.Lucia, aan de rand van de lagune, met zicht op de Indische Oceaan, zeg maar het Knokke-Zoute van Zuid Afrika, met als enig verschil dat je hier ’s nachts moet opletten voor loslopende nijlpaarden. Voor de rest: toeristen aller landen verenigd langs de ene beach avenue met craft market (allemaal dezelfde kitch wellicht made in Taiwan) en restaurants aan bijna europese prijzen en te luide muziek. Blij morgen weer weg te zijn.
 
 ontbijt met impala's

 local computer kliniek
 local kindercreche
 typische woningen (rondavels)
St Lucia at night


15 feb: van St. Lucia naar Drakensbergen (Didima Camp – Cathedral Peak) – 469 km
 

Van Indische Oceaan niveau tot ca. 1350 m hoogte aan de voet van Cathedral Peak in de Drakensbergen op de grens met Lesotho. De GPS kiest voor een iets langere route maar  sneller omwille van de autostrades waar 120km kan gereden worden. Opmerkelijk: het zou Afrika niet zijn of er grazen koeien in de berm, staan er aan elke oprit tientallen lifters, steken er hier en daar ook voetgangers over en zijn er om de haverklap  wegeniswerken waar moet vertraagd – aangegeven door een met rode vlag wapperende Afrikaan (fulltime dagjob) Er zijn leukere bezigheden, maar iemand moet het doen toch ?
Putjes vullen hoort er hier gelukkig niet bij, dat is gereserveerd voor de provinciale en gemeentelijke wegen, vaak in erbarmelijke – ronduit gevaarlijke –toestand. Ik dacht in Cuba en Nepal het ergste van het ergste gezien te hebben, maar Zuid Afrika mag zich met schaamte tot King of the Potholes kronen. Ze hebben er zelfs permanente verkeersborden voor “Potholes next 40 km”. Gelukkig dat je vaak alleen op zulke banen toert, want meermaals is het slalommen dat het geen naam heeft (prima rally drivers training) of je rijdt gewoon op het andere baanvak zolang er geen tegenligger opdoemt.
Gelukkig de snelweg dus vandaag mét Péage (in totaal voor 6 péages nog geen € 7 betaald) en vanaf Duncan (3° grootste ZA stad) haaks het binnenland in, land van Shaka Zulu – laatste grote Zoeloe-king (ken je de film ? Schitterende soundtrack trouwens)
Het landschap verandert nu drastisch naar wuivende heuvels die zo onafrikaans aandoen, het lijkt zo europees  als het maar kan zijn: de Drakensbergen als horizon maakt het iets Oostenrijkse Alpen of Spaanse Pyreneeën lookalike hebben. Tot we de snelweg afaan en via een kaarsrechte wiegende weg pal op het World Heritage landschap afgaan, Zwitserland op z’n best. Alleen geen chalets hier, maar rondawels, de typische afrikaner ronde hutten met rieten dak. En dan, halverwege de namiddag eindigt de vallei in een amphitheater van kolossale bergen: Cathedral Peak (3005 m), Organ Pipes en menig andere grootheid op de grens met Lesotho. Dit is het land van de SAN Bushmen die hier eeuwen resideerden en een artistieke cultuur hadden, waarvan menig rotschildering nog als overgebleven getuige.
Didima Camp: hallucineer ik door de hoogte, door de lange dagrit of gewoon door de meer dan fantasierijke setting ? Ik waan me in Hobbit homeland, vooral door de vorm van de bungalows in traditionele San stijl in de heuvels gepoot met grote ramen en terras met zicht op het amfitheater der bergen rondom. Soundscape: één klaverend riviertje en zachte namiddagbries. Heeft Tolkien of Peter Jackson hier ooit vertoefd als inspiratiebron ?
Morgen maken we een keuze uit de talrijke wandelmogelijkheden (tot meerdaagse hikes mét overnachtingen in caves mogelijk) en gaan uitzoeken waar die gremlins en fantasiewezens zijn die vast en zeker in deze bergen rondspoken.
 
 
 

 


16 feb: Cathedral peak – Didima Camp, Rainbow Gorge hike

 
Een node dag van rust, temeer daar Rita sedert gisteren sukkelt met hoofdpijn, hoesten, niezen, verkoudheid – weerbots van het slikken van onze malariapillen ?  Er is een tropische cycloon aan land gekomen gisternamiddag ter hoogte van Durban, waar wij de N3 richting binnenland insloegen. Vannacht bereiken de zware regens annex donder/bliksem onze habitat en zal zo de tropische hitte van de afgelopen dagen eindelijk milderen.
’ s Ochtend mist en niets dat nog op een berglandschap lijkt, gelukkig verjaagt de zon in de vroege ochtenduren de nevels. Tijd voor een trekking richting bergen, daarom zijn we hier tenslotte. Heerlijk de benen te kunnen strekken, de jungle in met zijn licht/schaduwspel, koelte/hitteplekken, geuren/kleurenpantomime en klank/stilte soundscape. Buiten de troep apen gerekend die ons luid blaffend laten verstaan niet welkom te zijn in hun territorium. Ik wist trouwens niet dat apen blaffen ?
Een bezoekje aan het Rock-Art museumpje leert ons dat de SAN bushpeople zich zowel artistiek als filosofisch verwant voelden met de eland, grootste der antilopen en zinnebeeld van energie. Volledig in evenwicht met de natuur, tot ze verdreven/uitgeroeid werden door de Nederlandse Boeren die hier gebied kwamen claimen.
Het restaurant van Didima Camp (goed voor een 100-tal plaatsen) is vanavond voor 0,4 % gevuld met…nederlanders. Ik vraag me af of ze hier hun voorouders komen vereren ?
Tenslotte, wat me al meermaals is opgevallen in de Nationaal Park – en bij uitbreiding alle zuidafrikaanse  strukturen - is de hoeveelheid personeel dat er overal voorhanden is, vanavond alleen al een 10-tal voor nog geen 3 tafeltjes…Ze kloppen allemaal zeer lange werkuren (7 tot 21u) en zitten, staan of liggen uuuuren te keuvelen met mekaar, niets voorhanden dat dringend lijkt. En er is altijd eentjed die niet werkt, maar de bevelen geeft, de chief jawel, en veelal de dikste van allemaal, of is dat teveel statement ?