vrijdag 17 februari 2017

14 - 16 feb Drakensbergen


14 feb : van Mkuze Game Reserve naar Isimangaliso Wetland Park – 209 km


Tussenstop op weg naar de Drakensbergen, zuid afrika’s hoogste bergketen met pieken boven 3000 m, waar we een dagje willen gaan hiken. De dagen van verplicht in de auto blijven omwille van de wilde dieren zijn nu even achter de rug. Al moet ik zeggen dat we er ons als “dapperste aller Galliërs” op momenten niets van aangetrokken hebben. Niet om de held uit te hangen, maar om simpel menselijke behoeftes. Want wie houdt het in godsnaam vol om te wachten tot het volgend beschut kamp dat misschien meer dan een uur rijden is (aan 40 km/uur) Enkel die ene keer dat ik wou uitstappen om nieuwe voorraad fris water uit de aukoffer te halen, was ik blij mijn impuls niet gevolgd te hebben wegens een groepje leeuwen in de bosjes op nog geen 10m.

Programma voor een rustdag als vandaag: ontbijt met impala’s op het terras, slakkengangetje langs de verlaten pistes in Mkuze Game Reserve, waar we één van de bitter weinige overnachters waren, een groep van 8 giraffen observeren  met dartelende kleintjes (nou toch al op basketballers-lengte hoog) en de randen afdweilen van het grote Isimangaliso Wetland (World Heritage Site)  om vogels te spotten, XXXLLL soort Zwin maar dan met iets gevaarlijker beesten zoals krokodillen.

Bij de beesten af: St.Lucia, aan de rand van de lagune, met zicht op de Indische Oceaan, zeg maar het Knokke-Zoute van Zuid Afrika, met als enig verschil dat je hier ’s nachts moet opletten voor loslopende nijlpaarden. Voor de rest: toeristen aller landen verenigd langs de ene beach avenue met craft market (allemaal dezelfde kitch wellicht made in Taiwan) en restaurants aan bijna europese prijzen en te luide muziek. Blij morgen weer weg te zijn.
 
 ontbijt met impala's

 local computer kliniek
 local kindercreche
 typische woningen (rondavels)
St Lucia at night


15 feb: van St. Lucia naar Drakensbergen (Didima Camp – Cathedral Peak) – 469 km
 

Van Indische Oceaan niveau tot ca. 1350 m hoogte aan de voet van Cathedral Peak in de Drakensbergen op de grens met Lesotho. De GPS kiest voor een iets langere route maar  sneller omwille van de autostrades waar 120km kan gereden worden. Opmerkelijk: het zou Afrika niet zijn of er grazen koeien in de berm, staan er aan elke oprit tientallen lifters, steken er hier en daar ook voetgangers over en zijn er om de haverklap  wegeniswerken waar moet vertraagd – aangegeven door een met rode vlag wapperende Afrikaan (fulltime dagjob) Er zijn leukere bezigheden, maar iemand moet het doen toch ?
Putjes vullen hoort er hier gelukkig niet bij, dat is gereserveerd voor de provinciale en gemeentelijke wegen, vaak in erbarmelijke – ronduit gevaarlijke –toestand. Ik dacht in Cuba en Nepal het ergste van het ergste gezien te hebben, maar Zuid Afrika mag zich met schaamte tot King of the Potholes kronen. Ze hebben er zelfs permanente verkeersborden voor “Potholes next 40 km”. Gelukkig dat je vaak alleen op zulke banen toert, want meermaals is het slalommen dat het geen naam heeft (prima rally drivers training) of je rijdt gewoon op het andere baanvak zolang er geen tegenligger opdoemt.
Gelukkig de snelweg dus vandaag mét Péage (in totaal voor 6 péages nog geen € 7 betaald) en vanaf Duncan (3° grootste ZA stad) haaks het binnenland in, land van Shaka Zulu – laatste grote Zoeloe-king (ken je de film ? Schitterende soundtrack trouwens)
Het landschap verandert nu drastisch naar wuivende heuvels die zo onafrikaans aandoen, het lijkt zo europees  als het maar kan zijn: de Drakensbergen als horizon maakt het iets Oostenrijkse Alpen of Spaanse Pyreneeën lookalike hebben. Tot we de snelweg afaan en via een kaarsrechte wiegende weg pal op het World Heritage landschap afgaan, Zwitserland op z’n best. Alleen geen chalets hier, maar rondawels, de typische afrikaner ronde hutten met rieten dak. En dan, halverwege de namiddag eindigt de vallei in een amphitheater van kolossale bergen: Cathedral Peak (3005 m), Organ Pipes en menig andere grootheid op de grens met Lesotho. Dit is het land van de SAN Bushmen die hier eeuwen resideerden en een artistieke cultuur hadden, waarvan menig rotschildering nog als overgebleven getuige.
Didima Camp: hallucineer ik door de hoogte, door de lange dagrit of gewoon door de meer dan fantasierijke setting ? Ik waan me in Hobbit homeland, vooral door de vorm van de bungalows in traditionele San stijl in de heuvels gepoot met grote ramen en terras met zicht op het amfitheater der bergen rondom. Soundscape: één klaverend riviertje en zachte namiddagbries. Heeft Tolkien of Peter Jackson hier ooit vertoefd als inspiratiebron ?
Morgen maken we een keuze uit de talrijke wandelmogelijkheden (tot meerdaagse hikes mét overnachtingen in caves mogelijk) en gaan uitzoeken waar die gremlins en fantasiewezens zijn die vast en zeker in deze bergen rondspoken.
 
 
 

 


16 feb: Cathedral peak – Didima Camp, Rainbow Gorge hike

 
Een node dag van rust, temeer daar Rita sedert gisteren sukkelt met hoofdpijn, hoesten, niezen, verkoudheid – weerbots van het slikken van onze malariapillen ?  Er is een tropische cycloon aan land gekomen gisternamiddag ter hoogte van Durban, waar wij de N3 richting binnenland insloegen. Vannacht bereiken de zware regens annex donder/bliksem onze habitat en zal zo de tropische hitte van de afgelopen dagen eindelijk milderen.
’ s Ochtend mist en niets dat nog op een berglandschap lijkt, gelukkig verjaagt de zon in de vroege ochtenduren de nevels. Tijd voor een trekking richting bergen, daarom zijn we hier tenslotte. Heerlijk de benen te kunnen strekken, de jungle in met zijn licht/schaduwspel, koelte/hitteplekken, geuren/kleurenpantomime en klank/stilte soundscape. Buiten de troep apen gerekend die ons luid blaffend laten verstaan niet welkom te zijn in hun territorium. Ik wist trouwens niet dat apen blaffen ?
Een bezoekje aan het Rock-Art museumpje leert ons dat de SAN bushpeople zich zowel artistiek als filosofisch verwant voelden met de eland, grootste der antilopen en zinnebeeld van energie. Volledig in evenwicht met de natuur, tot ze verdreven/uitgeroeid werden door de Nederlandse Boeren die hier gebied kwamen claimen.
Het restaurant van Didima Camp (goed voor een 100-tal plaatsen) is vanavond voor 0,4 % gevuld met…nederlanders. Ik vraag me af of ze hier hun voorouders komen vereren ?
Tenslotte, wat me al meermaals is opgevallen in de Nationaal Park – en bij uitbreiding alle zuidafrikaanse  strukturen - is de hoeveelheid personeel dat er overal voorhanden is, vanavond alleen al een 10-tal voor nog geen 3 tafeltjes…Ze kloppen allemaal zeer lange werkuren (7 tot 21u) en zitten, staan of liggen uuuuren te keuvelen met mekaar, niets voorhanden dat dringend lijkt. En er is altijd eentjed die niet werkt, maar de bevelen geeft, de chief jawel, en veelal de dikste van allemaal, of is dat teveel statement ?


 

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten